Beste Achterhoekers. Wij: De Achterhoekse mannen zijn geen praters en al helemaal niet als hij het over ook nog over zichzelf moet hebben. Over emoties en wat hij voelt; dat soort flauwekul. Wij mannen moesten vroeger van de vrouw op jacht en de vrouw babbelde thuis de huishouding aan elkaar. Dus staat hij er liever bij met zijn handen in zijn zakken en knikt dat hij het naar zijn zin heeft. Edoch: Bij echtelijke spanningen, zoals geen voetbal mogen kijken op tv, gaan de armen over elkaar en komt er dat samengetrokken Achterhoekse mondje. Geen gesprek meer mogelijk. Maar ook gezellig op straat een robbertje bekvechten is niet echt zijn tak van sport want het zijn bescheiden kerels. Iedereen een knikje of de hand omhoog en van:”Mo-j” en:”Ho-j” maar nooit van:”Hé kolerelijer. Kijk je met je rheet of zo” en ook niet van:”Jopie? Die is er niet, dat zegt ie net zelf. En nou wegwezen.”
De Achterhoeker niet. Zo zit ie niet in elkaar. Een grote muil opzetten is gevoelsmatig voor de Achterhoeker iets van meester tegen knecht en dat is nou net waar de Achterhoeker allergisch voor is. Een Achterhoeker is van samen en met zijn allen en kan er niet tegen dat er eentje de bijdehante:”Geinponum” gaat uithangen. De Achterhoeker knikt dan, mompelt:”Joajoa” draait zich om en en gaat in de:”Bekiek het moar” stand met de woorden:”i-j met ow gebleer. Koop een schoap a-j wilt drieven”. Maar voelt de Achterhoeker zich daarbij ook nog eens te grazen genomen of te kakken gezet. Dan is het over en uit. Punt. Dan praat de Achterhoeker never ever nooit meer met de persoon in kwestie. Geen woord meer. De: “Mien tied kump nog wel” periode. Dat moment komt er nooit maar vergeten wordt het ook nooit. Daarvoor heeft de Achterhoeker een speciaal gedeelte in de Achterkwab gereserveerd. Is het familie dan is het:”Doar zie i-j mien nooit meer”. Maanden, jaren, gebrouilleerd. Hele families uit elkaar omdat vader het op zijn heupen heeft:”Doar ku-j met vader niet oaver proaten”. Begin je erover trekt vader zijn mondje samen, gaan zijn handen in zijn zakken en is tie bij je op bezoek:”Zie i-j um daarna nooit meer”. Dus worden verjaardagen tweemaal gevierd. Eerst met de één en dan met de ander want Vader wil niet in één kamer. Moet de hele familie tweemaal naar oma’s verjaardag. Eenmaal was al een opgave. Dramatische bruiloften met een jankende koude kant. Tien kilometer omrijden voor een brood omdat de bakker zeven jaar geleden bij het kegelen tien punten heeft gesmokkeld. Dus ergens anders brood halen. Haalt één van de familie daar weer wel brood geld ook voor dat familielid:”Doar zie i-j mien nooit meer”. En op den duur komt vader de deur niet meer uit. Zo ontstaat de typische Achterhoekse:”Nöhlzak”. Dus mannen; wanneer de haren overeind gaan staan en het bloed wegtrekt naar andere oorden. Twee bier halen. Een voor jezelf en ééntje voor de rotzak en er naar toe met de ontwapende woorden:”He-j een köttel dwars zitten of zo?”. Maar nooit omdraaien.
Plaats een reactie