Beste Achterhoekers. Ik loop in Groenlo omdat ik er even moet zijn. Rent me daar in ene een jongen voorbij, smile van oor tot oor, met alleen zijn onderbroek aan. Meer niet dan alleen zijn onderbroek. Wat bar weinig is op een dag met een bedenkelijke lage temperatuur. Hij rent naar een verkeersbord tikt het aan en rent als een speer terug richting een groep jongens van dezelfde leeftijd. De hele groep staat hem lachend op te wachten. Deze man had zijn weddenschap verloren. Wat een plezier. Hoe vaak ik mijn capaciteiten niet hopeloos heb overschat. Dat ik met al mijn neefjes en nichtjes naar de bioskoop moest voor een film over Bambi omdat ondergetekende ome Frans beter zou zijn met een trampoline-saltootje. Dat ik zeker wist wie de vrouw van onze Bruce de Springsteen was en even later in een drukke winkelstraat met een gitaar alle hits van Bonnie St. Claire verplicht stond te spelen tot ik 10 euro bij elkaar zou hebben. Ik heb nog nooit gitaar gespeeld. Tegenprestaties. In dameskleding met lippenstift op de voetbaltribune ijsjes verkopen omdat het team de achterstand de week ervoor toch had goed gemaakt. 160 km op de stadsfiets naar R’dam omdat een graafschapspeler zeker weddenschappen kan winnen. Voor ons plezier in het leven laten we toch weer meer weddenschappen afsluiten. Niet voor het spekken van de knip maar voor het levensplezier en om Nöhlzakken de straat op te krijgen in hun onderbroek. “Wedden van wel, Wedden dat dat wel kan”. De Achterhoekse Nöhlzak wiens ongelijk hem zo ongenadig in zijn hemd zet. Historisch als de grond onder zijn voeten wegzakt. Heerlijk wanneer hij zijn pessimistische ongelijk haalt ook al is het maar af en toe. Een Nöhlzak kan niet tegen gezichtsverlies want weigeren ze in onderbroek de straat op te komen heb je nooit meer last van ze.
miggelbrink
columns uit meer dan dertig jaar Achterhoekse columns in de Gelderlander
Plaats een reactie